Een brandblusser is belangrijk om een beginnende brand snel aan te pakken. Maar hoeveel blussers heb je nodig? En welk type past bij jouw woning, zaak of werkplaats? Dat hangt af van de brandrisico’s, de bestemming van het gebouw en de voorschriften die erop van toepassing zijn.
Wanneer zijn brandblussers verplicht?
Er is geen eenvoudige regel die voor elk gebouw in België hetzelfde aantal brandblussers voorschrijft. Voor arbeidsplaatsen moet de werkgever een brandrisicoanalyse uitvoeren en op basis daarvan de nodige preventiemaatregelen bepalen. Daarbij moet rekening worden gehouden met onder meer de activiteiten, aanwezige materialen, arbeidsmiddelen en het aantal personen. Welke brandbestrijdingsmiddelen nodig zijn, hangt dus af van de specifieke situatie.
Ook bij andere gebouwen kunnen voorschriften gelden. Die kunnen bijvoorbeeld voortkomen uit de bestemming van het gebouw, een brandpreventieverslag, een vergunning of lokale regels.
Praktische tip: controleer het brandpreventieverslag en de voorwaarden van je vergunning. Vraag bij twijfel advies aan de bevoegde brandweerzone of preventieadviseur.
Hoeveel brandblussers heb je nodig per oppervlakte?
Als praktische richtlijn wordt vaak één bluseenheid per 150 m² vloeroppervlakte gebruikt. Dat is geen universele regel voor ieder gebouw: lokale voorschriften of de risicoanalyse kunnen andere of strengere eisen opleggen. Sommige brandweerzones adviseren daarnaast minstens één bluseenheid per bouwlaag en, vanaf een bepaalde oppervlakte, een minimumaantal toestellen.
| Vloeroppervlakte | Richtlijn op basis van 1 bluseenheid per 150 m² |
|---|---|
| 150 m² | 1 bluseenheid |
| 300 m² | 2 bluseenheden |
| 450 m² | 3 bluseenheden |
Een bluseenheid is niet altijd hetzelfde als één toestel. De capaciteit en het blusvermogen staan op het etiket van de brandblusser. De plaatsing telt ook mee: een toestel moet bereikbaar zijn en logisch verdeeld staan, zodat je er snel bij kunt. De brandweer adviseert de toestellen zichtbaar en doelmatig te verdelen.
Welke brandblusser gebruik je voor welke brand?
Kijk altijd naar de brandklassen en pictogrammen op het etiket. Een blusser is alleen geschikt voor de branden die de fabrikant erop vermeldt.
| Brandklasse | Wat brandt er? | Vaak gebruikt blusmiddel |
|---|---|---|
| A | Vaste stoffen, zoals hout, papier en textiel | Schuim of ABC-poeder |
| B | Brandbare vloeistoffen, zoals benzine of verf | Schuim, CO₂ of poeder |
| C | Brandbare gassen, zoals propaan of butaan | Poeder |
| D | Brandbare metalen | Speciaal D-poeder |
| F | Bak- en frituurvetten en -oliën | Vetbrandblusser, geschikt voor klasse F |
Schuimblusser
Een schuimblusser is geschikt voor branden van vaste stoffen en vloeistoffen wanneer het toestel de klassen A en B vermeldt. Schuim veroorzaakt doorgaans minder nevenschade dan poeder. Een gewone AB-schuimblusser is niet geschikt voor een brandende pan met bakolie of frituurvet. Daarvoor heb je een toestel nodig dat ook voor brandklasse F geschikt is.
Poederblusser
Een ABC-poederblusser is geschikt voor branden van vaste stoffen, vloeistoffen en gassen. Poeder kan wel veel nevenschade veroorzaken en het zicht tijdelijk verminderen. Houd daarom rekening met de omgeving en de mogelijke schade aan toestellen en materialen.
CO₂-blusser
Een CO₂-blusser wordt vaak gekozen voor bepaalde elektrische toestellen en vloeistofbranden. Hij laat weinig blusmiddelresten achter, maar is niet voor elke brand of ruimte geschikt. Volg altijd het etiket en de instructies van de fabrikant. Brandweer Zone Centrum vermeldt CO₂ als een optie voor elektrische apparatuur en waarschuwt dat de koker tijdens gebruik zeer koud kan worden.
Let op: “elektrische brand” is geen aparte brandklasse op het etiket. Het toestel dat brandt, bepaalt welk blusmiddel geschikt is. Schakel de stroom alleen uit als dat veilig kan.
Vetbrandblusser
Voor een brand in bakolie of frituurvet gebruik je een brandblusser die expliciet geschikt is voor brandklasse F. Gebruik geen water op een vetbrand: dat kan de brand gevaarlijk doen uitbreiden.
Brand door een lithium-ionbatterij
Een brand in een lithium-ionbatterij vraagt extra voorzichtigheid. Zo’n batterij kan door oververhitting in thermal runaway gaan: de temperatuur loopt verder op en er kunnen steekvlammen en gevaarlijke stoffen vrijkomen. Volg de instructies voor jouw specifieke batterij- of blussysteem. Breng jezelf niet in gevaar en bel bij een batterijbrand de brandweer via 112.
Je kan lithium-ionbatterijen preventief opbergen in een speciaal daarvoor ontworpen batterijveiligheidstas of -kast. Zo’n oplossing is bedoeld om de gevolgen van een batterijprobleem, zoals hitte of brand, te helpen beperken. Ze maakt een batterijbrand niet onmogelijk, maar zorgt ervoor dat, in geval van brand, de brand niet verspreidt, maar in de kast/tas blijft.
Waar plaats je een brandblusser?
Plaats brandblussers op goed zichtbare en vlot bereikbare plaatsen. Zorg dat ze niet achter deuren, dozen of ander materiaal verstopt staan. Op een werkplek moet brandbestrijdingsmateriaal correct worden aangeduid.
Samengevat
Het juiste aantal en type brandblussers bepaal je aan de hand van de risico’s en de voorschriften voor het gebouw. Eén bluseenheid per 150 m² is een vaak gebruikte richtlijn, maar geldt niet automatisch als wettelijke norm voor elke situatie. Kies het blusmiddel op basis van wat er kan branden en controleer altijd de brandklassen op het etiket.
Twijfel je over de juiste brandblusser of het benodigde aantal? Laat de situatie beoordelen door een bevoegde preventieadviseur of informeer bij je brandweerzone.
Deze tekst geeft algemene informatie en vervangt geen risicoanalyse, brandpreventieverslag of advies over de voorschriften voor een specifieke locatie.